
Dit is een ingewikkeld onderwerp in de wet, dus voor een meer gedetailleerde samenvatting van wat de wet zegt, klik op elke vraag hieronder.
Als je met beide ouders veel contact hebt (waardoor beide ouders wat wij noemen ‘ouderlijk gezag’ in Engeland en Wales wordt dit nu aangeduid als ‘indregelingen’) zegt de wet dat één ouder je niet naar een ander land mag verplaatsen zonder toestemming van de andere ouder of een rechter. Wanneer kinderen naar een ander land worden gebracht zonder de goedkeuring van de andere ouder of zonder toestemming van de rechtbank, noemt de wet dit ‘kinderontvoering’ omdat er sprake is van wat wij ‘onrechtmatige verplaatsing’noemen. De wet spreekt ook van een kinderontvoering als het kind na een vakantie, waarvoor beide ouders toestemming hebben gegeven, niet word teruggebracht naar het land waar het kind gewoonlijk verblijft, zoals in het geval van Anna. We noemen dit ‘onrechtmatige achterhouding’.
In het beste geval beslis je samen als gezin waar jullie zullen wonen. Wanneer jouw ouders het niet eens kunnen worden, kan iemand die een ‘bemiddelaar’ wordt genoemd. jullie helpen om samen een beslissing te nemen. Als je ouders het nog steeds niet eens kunnen worden, zal een rechter de beslissing moeten nemen. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980 (dat wij ‘het Verdrag’ noemen) werkt tussen de landen die deel uitmaken van het Verdrag. Het Verdrag heeft tot doel dat kinderen terugkeren naar het land waar ze eerder woonden (we noemen dit het ‘land van de gewone verblijfplaats‘), zodat de rechtbanken daar kunnen beslissen waar je zou moeten wonen. De rechtbanken in het land waar je normaal woont, kunnen gemakkelijker informatie verkrijgen over je gezinsleven dan rechtbanken in een ander land en kunnen zo beter beslissen wat het beste voor je is wanneer je ouders het niet eens kunnen worden.
Hoewel het Verdrag aanmoedigt om kinderen terug te sturen, zijn er enkele belangrijke situaties waarin de rechter kan besluiten dat je niet hoeft terug te keren naar het land waar je eerder woonde (we noemen deze de ‘ uitzonderingen op terugkeer’).
Voor een gedetailleerde beschrijving van wat ‘uitzonderingen op terugkeer’ betekent, klik hier
Artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989 (dat het VN-Kinderrechtenverdrag wordt genoemd) stelt dat kinderen het recht hebben om hun mening te uiten over zaken die hen aangaan. In sommige landen willen de rechtbanken de mening van kinderen in elke zaak onder het Verdrag horen. In andere landen zullen de rechtbanken alleen luisteren naar kinderen die niet willen terugkeren naar het land waar ze eerder woonden. Maar onthoud dat je het recht hebt om te vragen om gehoord te worden.
Elk land heeft verschillende regels over hoe en wanneer kinderen hun mening aan de rechter kunnen geven. In sommige landen worden kinderen vanaf zes jaar door de rechtbank gehoord, terwijl in andere landen alleen oudere kinderen om hun mening worden gevraagd. Het kan oneerlijk lijken dat er verschillende regels worden toegepast, maar dit komt omdat het Verdrag geldt in meer dan 100 landen en elk land dingen op een iets andere manier regelt. Je moet de betrokken volwassenen in jouw zaak vragen wat de regels in jouw situatie zijn.
Elk land heeft verschillende praktijken over hoe kinderen gehoord worden. De drie meest gebruikte methoden zijn:
In sommige landen worden de opvattingen van het kind gehoord met behulp van een van deze methoden, twee van deze methoden of alle drie.
De persoon die je ontmoet zal vriendelijk zijn en heeft meestal met veel kinderen in een vergelijkbare situatie gesproken. Hij of zij zal helpen uitleggen waarom je is gevraagd om met hen te praten. Ze zullen eventuele vragen, die je hebt, beantwoorden en zullen je om je mening vragen. Nadat de ontmoeting is afgelopen, zullen ze een rapport voor de rechtbank opstellen waarin jouw standpunten over terugkeer naar het land waar je eerder woonde worden uiteengezet.
Het Comité voor de Rechten van het Kind is een groep experts uit de hele wereld die landen adviseert over hoe ze ervoor kunnen zorgen dat kinderen hun rechten onder het VN-Kinderrechtenverdrag kunnen genieten. Het Comité zegt dat kinderen zich niet verplicht moeten voelen om een keuze te maken. Vertel gewoon de persoon die je vraagt om je mening als je liever niet wilt kiezen waar je wilt wonen en liever hebt dat de volwassenen die beslissing nemen.
Je kunt je mening geven over wat je zou willen dat er gebeurt, maar je hoeft niet naar de rechtbank te gaan.
In sommige landen kun je worden uitgenodigd om naar de rechtszaal te komen of deel te nemen aan een online vergadering, maar als je dit niet wilt, vertel dit dan aan de persoon die om je mening vraagt.
Er is een verschil tussen de rechter die je mening ‘hoort’ en je mening ‘overneemt’ in de uiteindelijke beslissing. De rechter is diegene die zal beslissen of je in het nieuwe land blijft of terugkeert naar het land waar je eerder woonde.
Om de rechter te helpen bij de beslissing, zal de rechter willen weten wat jouw mening is en of je volledig begrijpt hoe je keuze je toekomst kan beïnvloeden.
Zelfs als de rechter accepteert dat je niet wilt terugkeren en dat je volledig begrijpt wat de gevolgen van je beslissing zijn, moet de rechter je mening afwegen tegen andere belangrijke factoren, waaronder wat wordt beschouwd als jouw beste belang. De rechter zal al deze en andere factoren samen met jouw mening overwegen en beslissen of je terugkeert naar het land waar je eerder woonde of in het nieuwe land blijft.
Gewoonlijk wordt je mening, als je ze aan de rechtbank vertelt, opgenomen in een rapport dat wordt gedeeld met alle betrokkenen in de zaak, maar je vraagt dit best aan de persoon die je ontmoet wanneer je je mening deelt.